Oosterend Present 1988

Herinneringen van een ‘Strender’
Lodewijk Dros
Oosterend Present 1988

Amsterdam, voorjaar 1987. Een Texelaar aan de telefoon. In de Astudentenflat wisten ze dan dat het voor mij was. Dat klopte. Het was iemand van Oosterend Present. ‘Set je skrep’, zei een vrouwenstem. Ze vroeg of ik een hoofdrol wilde spelen in Het Spel. Ik weigerde, want waarom zou je voor zoiets een Oosterender in
vrijwillige ballingschap nemen? Ze moesten nog maar ‘ s vragen aan deze of gene. ‘Nee’, zei ze, ‘er is gezocht, en echt, niemand wilde’. Dat verbaasde me. Waren al die welgevormde twintigers lamzakken geworden, zodat men in arren moede maar een schriele student godgeleerdheid uit de hoofdstad ronselde?
Of haakten de Texelse kandidaat-spelers af om de verschutting van een slecht spel te vermijden?

De vrouwenstem vertelde over het stuk, dat begin twintigste eeuw speelt. Schooljuffrouw Tini, een meisje van de overkánt – voor die rol hadden ze Jolanda van der Vis op het oog, óók een uitgeweken Oosterender – dat eerst niet, maar later natuurlijk wél wordt geaccepteerd in het dorp. Dankzij ‘Pieter’ (mijn rol), die hopeloos verliefd raakt op haar. Want Oosterenders zijn de beroerdsten niet. De vrouw praatte door, maar mijn gedachten dwaalden af.

Het is 1968 en ik loop naast m’n vader, die de hoofdrol speelt. Tenminste, dat denk ik, want ik ben vier en de jongste deelnemer. Twintig jaar later kan ik als ‘Pieter’ afzwaaien. Ik herriep mijn ‘nee’ en maakte er
een gemeend ‘ja’ van. Net zo overtuigend als ik later, tijdens het spel, juffrouw Tini mijn jawoord mocht geven.

Het onbetwiste hoogtepunt van OP ’88 was het liefdesduet in Een vreemde eend in de bijt. De Texelse Courant was lovend, maar gelukkiger was ik met de reactie van een oudtante, die me daags na het spel op straat aanklampte. ‘Kiend, toen jee song most ik skreeuwe.’ Het liefdesduet echoot nog altijd na. Het hartverscheurend mooie lied werd de lokroep van mij en de vrouw aan wie ik later mijn echte jawoord gaf.

In de Amsterdamse volksbuurt waar we wonen, kan het gebeuren dat vanachter een bosje kuierende allochtonen ‘Tini?’ klinkt.

Zij antwoordt met: ‘Pieter?’
Ik: ‘Tini, waar ga je naar toe?’
Zij: ‘Ik voel me alleen, ik ben zo alleen, zo alleen in dit eenzame dorp’.
Ik, met overslaande stem: ‘Zolang ik er voor je ben, zolang ik voor je mag zorgen, is er niks geen eenzaamheid, geen sombere gedachten meer.’

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.